DutchVee

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Raceverslag Hockenheim Stuttgarter Rössle 2011

220611 Hockenheim 3e en 4e race Historische Formule Vee Europa clubkampioenschap: Over Euro 95, close-racing en een mysterieuze lekke band.

Shakespeares frase “to drive Euro 95 or not to drive Euro 95, that's the question” blijft de historische FV ridders bezighouden. Ten tijde van Shakespeare was loodvervanger al niet gebruikelijk, paarden

 reageerden er bepaald ongunstig op, en ook vandaag de dag zijn er maar weinig voorstanders van Euro 95 met loodvervanger te vinden binnen de Historische Formule Vee gelederen, omwille van dezelfde redenen. De meningen lopen uiteen van “je kleppen verbranden zonder loodtoevoeging”, tot “zonder octaanbooster heb je geen kracht.”


Onder de weinige voorstanders van Euro 95 bevinden zich deze 2 hoofdrolspelers van dit verhaal, een Fin en een Hollander.

 

Na Oostenrijk weten we dat de Beach goed op orde is, maar dat het onderstuur bij hogere snelheden weggesteld moet worden. De eind vorig jaar gereedgekomen en inmiddels goedlopende Celi AC13 Super Vee van garagegenoot Martin Bourgondiën begint zo zoetjes aan de kinderziekten achter zich te laten, terwijl de Lola T250 Super Vee van buurman Jelle Erfmann sinds Zandvoort 2010 niet meer heeft gereden. De Nederlandse delegatie vertrok derhalve met uiteenlopend vertrouwen naar Hockenheim. 

Vrijdag in de 1e training blijkt onmiddellijk dat we het onderstuur nu goed uit de Beach hebben weggekregen, hoofdzakelijk door meer toespoor vóór te zetten en de stabilisator achter iets minder stijf te maken. Zoals bekend heeft de auto een nagenoeg nieuw gelast frame, nieuwe replica's volgens exacte specificatie van Koni achter en nieuwe velgen. De auto heeft nu het oude karakter (lange tijd neutraal, overgaand in licht overstuur) weer terug. Echter zijn nu de remmen een bron van zorg, we hebben op 3 punten op de baan een 30 meter vroeger rempunt dan de rest. Daar staat tegenover dat we deze race voor het eerst het Boron CLS Bond benzine-additief inzetten, welke zorgt voor een chemisch gebonden metaaloppervlak dat een extreem lage wrijvingsweerstand oplevert in het topgedeelte (kleppen, nokkenas) van de motor. Met name op het Parabolika gedeelte achterin, waar een heel flauw linksdraaiend stuk van meer dan een kilometer ligt zou dit moeten merken omdat we zo'n 20 seconden volgas rijden. 

Tijdens de training zien we dat in onze 200-klasse (één-carburateurs tot 1973) de onderlinge verschillen minimaal zijn. Om alvast een voorproefje op de race te nemen rijden Juke Puurunen, Robert Waschak (de algemeen kampioen van vorig jaar), Tom Ernst, Wolfgang Rafflenbeul en ondergetekende samen de pitsstraat uit om daarna de gehele training volop aan het knallen te gaan met elkaar. Resultaat: iedereen behalve Juke gaat een keer achterstevoren en de rondetijden van deze 5 liggen binnen de seconde! Alleen Ralf Hartmann met de 1970-er Kaimann blijft ons een volle seconde voor (2.21.2 tegen mijn 2.22.4)! Dat krijg je ervan als je meer met elkaar dan met de training bezig bent. Het goede nieuws: De 75 paarden van de 1300 cc 1-carburateur Beach lopen maar liefst 6.700 toeren op het lange rechte eind, daar komt niemand aan! 

Bij de 400-klasse Supervees doet Martin het kalmer aan. Martin heeft wat problemen in de toptoerentallen en blijft met 2.14.6 steken op een 9e tijd, midden tussen de 2-carburateurs. Ter vergelijking: Een SuperVee heeft met zijn 1600 cc en 4 carburateurs zo'n 140 pk bij 7500 toeren. Een FV 1300 cc met twee carburateurs haalt 112 pk bij 7000 toeren. Toch laat deze tijd het potentieel van de Celi al zien, de wegligging moet al in orde zijn anders haal je zo'n tijd echt niet. Met Martin aan het stuur moet daar meer in zitten, hij racet tenslotte al vanaf 1970 zonder ophouden! De kemphanen Orthey en Hoenle die op de Red Bull Ring de dienst uitmaakten krijgen er een geduchte tegenstander bij: Mark Löffelsender is de kleinzoon van Motul-contructeur Walter Löffelsender en is met een 1974-er Motul Supervee naar Hockenheim gekomen, onder begeleiding van Walter Löffelsender jr. En dan is daar altijd Alfred Ecker nog, de bedaarde Oostenrijker met de supersnelle Fuchs.



Orthey (net uit beeld), Ecker, Löffelsender en Bourgondiën duelleren fel in de 400-klasse.

Bij de 300-klasse 1300cc 2-carburateurs is onze Gerd Hast weer terug van weggeweest. Gerd rijdt in de ex-Joost Toebosch Motul (1972?) die door Jaap van Hoorn en Jan Tjassing eind jaren '90 is gerestaureerd en na vele seizoenen raceplezier voor het team uiteindelijk in 2008 aan Gerd is verkocht. Sindsdien is Gerd een halve Hollander en het was dan ook enorm schrikken toen Gerd tijdens oud en nieuw ten val kwam en meerdere ruggewervels brak. Onze voorzitter Frank Orthey kon het niet beter verwoorden: Gerd belde dat 'ie genezen was en ook naar Hockenheim kwam. Hij is me zojuist voorbijgereden en ik u allen bevestigen dat Gerd weer beter is. Tja. Gerd rijdt met de 1300 2-carburateur 2.11.2 en zet daarmee een nieuw clubrecord voor zijn klasse op Hockenheim! Daarachter komen dan de 1300cc 2-carburateurs die wij met de 200-klasse in de race gaan tegenkomen, Märklen (Fuchs), Hassler (Fuchs), Immler (Orion) en Egger (Kaimann).

 


Gelukkig weer goed hersteld én pijlsnel: Gerd Hast in de door Jan Tjassing getunede Motul.

Tijdens de kwalificatie zaterdagochtend verandert er met betrekking tot de posities niet heel veel. In de 200-klasse een snelste tijd voor de Beach (15e algemeen), in de 300-klasse is het Jens Böhmig die Gerd Hast nipt voorblijft (6 en 7 algemeen) en bij de 400-klasse Supervees rijdt Martin 5 seconden van zijn tijd af om pal vóór Jens en Gerd uit te komen op de 5e plek. Er rijden in totaal 28 auto's de training, het is druk zat! Het belooft te gaan regenen. De rijders uit de 200-klasse kunnen een glimlach niet onderdrukken. De rest van de middag dollen we wat en zorgen goed voor de auto. We staan zoals altijd met onze Finse vrienden Juke Puurunen en Anne Pasanen in één tent en wisselen tips en truuks uit. Eén ervan: gebruik Euro 95, stel je sproeierbezetting er goed op af en je hebt altijd een goed, constant mengsel. Wie octaanbooster toevoegd of loodvervanger weet nooit exact de juiste hoeveelheid af te passen tegen zijn sproeierbezetting. Je voegt dus een variabele toe in plaats van een constante. Daar is niet op af te stellen... 

Race 1, zaterdagnamiddag. Donkere wolken boven de baan. We hebben een rollende start en aangekomen bij de eerste bocht (die op mijn checklist stond van verbeterpunten) gaan we 4 dik proberen iets van een ideale lijn te vinden. Na de bocht lig ik achter Juke, maar vóór een aantal 2-carburateurs die prachtig als buffer gaan dienen voor onze concurrenten. We lopen in op Wendelin Egger met de Kaimann en ook Karl-Eugen Maag met de LCR komt in beeld.


Zodra er wat nattigheid op de baan is, zijn de één-carburateurs in staat de twee-carburateurs te pakken. Hier Puurunen (1C) voor Maag (2C), Hasler (2C), Van Hoorn (1C) en Ramann (1C). 

Die mannen houden ons op! Het heeft vlak voor de race wat geregend en de baan is vochtig. Dan kunnen de auto's hun vermogen niet kwijt, bovendien zijn de 200-klasse auto's verplicht op profielbanden te rijden. Als het dan nattig is zijn de 1300cc één-carburateurs ineens ver voorin te vinden! Dat ophouden zorgt ervoor dat Tom Ernst en ook Wolfgang Rafflenbeul en Manfred Kluth (in een prachtige Austro-Vee replica) die in onze klasse rijden, kunnen aanpikken. Net zoals op de Red Bull Ring is het met name Tom Ernst die volop de strijd aangaat. Juke kan zich net uit het gewoel houden, hij rijdt zo'n 2 seconden voor ons uit, maar de duels met Tom, ikzelf, Wendelin Egger, Martin Märklen en Karl-Eugen worden met het mes op tafel uitgevochten. 

Tom komt me voorbij in een waanzinnige manouvre waarbij we drie bochten lang naast elkaar rijden en af en toe steekt Wendelin voorbij op de rechte stukken waar de topsnelheid van zijn Kaimann 2 carburateur de Beach te machtig is. Met nog 3 ronden te gaan weet ik Tom terug te pakken door bij het inkomen van het stadion de Mobil 1 bocht helemaal zonder remmen en zonder gas loslaten door te vliegen. Door het driften kom ik precies binnendoor bij de Sachskurve uit en kan'ie niets meer doen. Wolfgang vroeg me later of ik mijn ogen dicht deed in die bocht... In de allerlaatste ronde probeert Tommie het toch nog in de Spitzkehre, een hairpin. Hij komt op tijd binnenlangs, maar verremt zich en spint voor me langs, weet zijn auto op de baan te houden maar is lekker wel zijn 2e plek kwijt. Peter Ramann die het allemaal ziet gebeuren vergeet van opwinding te remmen en gaat door het gras. 2e plek voor ons en, nog veel beter, 5e plaats algemeen! Top! 

 
De “Rat-Pack” in vol bedrijf! Wendelin Egger heeft zojuist de Kaimann SuperVee van Wöber te pakken (ontstekingsproblemen) en kan erop rekenen dat het gezelschap daarachter met Immler (oranje Orion), Maag (LCR), Ernst (RPB, nauwelijks zichtbaar), Van Hoorn (Beach, witte neus), Puurunen (gele Veemax, daarachter zien we de helm van Hasler, Fuchs), Rafflenbeul en Kluth (beide rode Austro) hem de komende ronden het vuur aan de schenen gaat leggen. No hostages! Gerd Hinz in de lichtblauwe Motul kan het tempo niet bijbenen. Hierbeneden ligt het tempo lager...

Daarna is het schoudermeppen met Tom en Juke, wát een race! En tot onze stomme verbazing staat de Beach ineens met een platte achterband. Hoe kan dat? We checken het ventiel en de band. Niets te zien. Nadat ik de band heb opgepompt tot 1.3 bar (wedstrijddruk) blijft deze doodleuk op spanning. Ehhh? Intussen de auto gereedgemaakt voor de volgende race, uurtje werk, de band blijft op spanning. Dan: Eten! Dat is bij de dames en heren van de Historische Formule Vee Europa altijd een waar genoegen. Veel lol, lekker eten, goede grappen en plagerijtjes. Altijd wel iemand jarig en

bier lusten we ook allemaal. Maar om 23:00 is het toch aardig rustig in de grote tent. De band blijft stoicijns op 1.3 bar staan. Ik droom van banden...

Ronde na ronde na ronde na ronde duels. Hier Rob en de Beach vóór Tom Ernst in de RPB. Waar zagen we dit eerder...
 

Race 2, zondagochtend. Het heeft de-he-le-nacht geregend. En wij starten om 09:00 uur... Maar dat vinden de mannen van 200 juist wel gaaf! Wederom een drukte van belang in bocht één en wéér komt Juke me voorbij. GRRRRR!!! Nu gaat het er echt vól op. Met 5 auto's wisselen we elke ronde van plek, halen hier en daar een auto in en boenderen en vegen dat het een lieve lust is! Een greep: Olaf Immler verremt zich en komt ver naast de baan. Kluth haalt in onder geel omdat we zó verdiept zijn in het duel dat we domweg geen tijd hadden om de inhaalmanouvre af te breken (pal vóór ons maakte iemand een 360°), Tom Ernst verremt zich klassiek aan de binnenkant, wij laten hem voor en pakken 'm achterlangs weer terug. Juke geeft Manfred Kluth een brake-test (50 meter te vroeg remmen zodat de persoon achter je er ineens omheen moet en op zeker zijn rem- en instuurpunt mist) waardoor Manfred door ons allevier wordt ingehaald omdat hij voluit door het gras moet, inhaalmanoevre met de Beach op Wendelin waarbij ik allevier de wielen aan de binnenkant van de kerbstones heb, een buitenommetje bij 160 km/h in de Mobil 1, 3 dik door de Spitzkehre, noem maar op. Eindresultaat: 1. Manfred Kluth, 2 Rob van Hoorn, 3. Wolfgang Rafflenbeul. En nu 6e overall voor de Beach. Dat is wéér goed! 

 
De gezichten zeggen genoeg! De Euro95 mannen op 1 (Juke) en 2 (Rob) en een dolgelukkige Tom Ernst heeft plek 3 te pakken.
Wolfgang Rafflenbeul (l) en Frank Orthey (r) vragen zich af waar het fout is gegaan...


Jaap en Ruben van Hoorn zijn dik tevreden. Motor loopt top en de bekers zijn binnen!
 

Wéér goed betekent ook serieus meedoen in het klassekampioenschap én het algemeen kampioenschap! We staan nu 3e in beide competities met zeer geringe achterstand op de nummers één en twee. De volgende race is op Schleiz, 7, 8 en 9 juli. Daar telt topsnelheid goed mee en daar hebben we massa's van! Nu de remmen nog naar 100% krijgen...

  
De gele Lola T250 Super Vee van Nederlander en racemaat Jelle Erfmann is nog niet helemaal op punt, maar was er wel bij. De week na deze race bewijzen Jan Tjassing en Jelle dat er de volgende wedstrijden ook met de Lola rekening moet worden gehouden. Tijdens de vrij-rijden dag op Zandvoort komt de snelheid er langzaam maar zeker in.


Toni Seemeier (op de rug vooraan) komt eens bij de Celi, de Lola en de Motul kijken die alledrie getuned worden door Jan Tjassing. Met
name Gerd liet zich in de voorste gelederen zien en liet menig Super Vee zijn hielen zien. Toni geeft leiding aan de Boxershop in München
en stelde de grote tent beschikbaar waar we allemaal van ons eten en drinken werden voorzien. 

 

 

Language

Wat ik meer zou willen zien op de site: